Nabestaanden Nicky Verstappen willen Jos B. aankijken

Foto: Pixabay

De familie van Nicky Verstappen wil woensdag, tijdens het voorlezen van hun slachtofferverklaringen in de rechtbank in Maastricht, verdachte Jos B. kunnen aankijken. Vanaf de nu geplande plaats waarop zij woensdagmiddag hun verklaringen gaan voorlezen, is dat niet mogelijk. Een eerder verzoek om ergens anders te gaan staan of zitten, is door de rechtbank afgewezen. De advocaat van de familie vroeg daarom bij aanvang van de zitting aan de rechtbank om die afwijzing te heroverwegen.

“Het is voor de verwerking van groot belang dat de familie de verdachte kan aankijken”, zei de advocaat. Het Openbaar Ministerie liet weten de door de familie gekoesterde wens te ondersteunen. “Wij willen onze plekken wel even afstaan”, zei de officier van justitie. In de rechtbank zitten de officieren vanaf Jos B. gezien links voor hem. De beslissing van de rechtbank volgt op een later moment woensdag. De rechtbankvoorzitter hield de aanwezigen wel voor dat “we het hoofd van de verdachte niet kunnen draaien en vastzetten zodat hij ook naar de familie kijkt”.

Tijdens de eerste voorbereidende zitting eind 2018, waar de verdachte ook bij aanwezig was, riep moeder Berthie “kijk me aan” naar B. toen de rechtbank een pauze aankondigde. De 57-jarige Limburger keek haar echter niet aan.

Berthie Verstappen en de zus en tante van de in 1998 gedode Nicky gaan woensdag spreken in de rechtbank. De familie van Nicky is bij iedere zitting aanwezig geweest, samen met hun woordvoerder Peter R. de Vries. Hij is als misdaadverslaggever aandacht blijven vragen voor de zaak, die decennialang onopgelost dreigde te blijven.

De 11-jarige jongen verdween in augustus 1998 toen hij op kamp was op de Brunssummerheide. Zijn lichaam werd een dag later ongeveer 1,5 kilometer verderop gevonden. B. kwam pas in 2018 in beeld na een grootschalig DNA-verwantschapsonderzoek. Hij wordt verdacht van het doden, misbruiken en ontvoeren van Nicky.

Tijdens de behandeling van de zaak woensdagochtend werden ook vragen gesteld aan deskundigen van het Pieter Baan Centrum (PBC). Uit hun antwoorden bleek dat het niet mogelijk is om naar aanleiding van twee incidenten rond seksueel misbruik door B. in de jaren ’80 van de vorige eeuw iets zinnigs te zeggen over mogelijk risico op herhaling. “We missen hiervoor echt te veel zicht”, vatte een van hen samen. Dat komt ook omdat Jos B. niet meewerkte aan het onderzoek tijdens zijn verblijf in het PBC.

 

Reacties