Onnodig opgesloten – De Week van het Vergeten Kind

Foto:
Door Sandra Janssen

ROERMOND – ‘Wat mijn vader thuis deed, gebeurde in de gesloten jeugdzorg ook.’ Jarno (23) is ervaringsdeskundige bij ‘Stichting Het Vergeten Kind’. Hij heeft anderhalf jaar van zijn jeugd doorgebracht in de gesloten jeugdzorg.
De ‘Week van Het Vergeten Kind’ start dit jaar op 28 januari en staat in het teken van de gesloten jeugdzorg. Een maatregel waarbij kinderen die geen strafbaar feit hebben gepleegd, toch worden opgesloten in een instelling.

Jarno is een veelbelovende jongeman. Intelligent en welbespraakt. Als kind wordt vastgesteld dat hij ADHD heeft en hoogbegaafd is. Op de basisschool wordt hij uitgedaagd met extra lessen en zijn cito-score is uitmuntend. Toch beland hij op het speciaal onderwijs en komt verslaafd terecht in de gesloten jeugdzorg.

JeugdzorgPlus

Nederland telt ruim 46.000* uithuisgeplaatste kinderen. In 2020 zaten ruim 1.800 van deze kinderen in de gesloten jeugdzorg. Het doel van gesloten jeugdhulp wordt in 2015 als volgt in de Jeugdwet geformuleerd ‘…een dusdanige gedragsverandering teweeg brengen dat een kind weer mee kan doen in de maatschappij.’
Dat bijna 80% van de kinderen die in de gesloten jeugdzorg verblijven daar juist meer beschadigd uitkomt, is een gedragsverandering in de verkeerde richting.

Nederland telt ongeveer 16 locaties die JeugdzorgPlus, zoals de gesloten jeugdzorg ook wordt genoemd, aanbieden. Misschien heb je een beeld over de jongeren die in deze instellingen terecht komen. Of over de instellingen zelf. Sommige kinderen beschadigen zichzelf, anderen hebben ernstige stemmingsproblemen met angst- of paniekaanvallen. Dit zijn jongeren met ernstige suïcide-neigingen, die verslaafd zijn, die te maken hebben gehad met geweld binnen het gezin of misbruikt zijn.
Het gaat om kwetsbare kinderen die adequate zorg nodig hebben.

Altijd anders

De vader van Jarno raakt uit beeld als Jarno twee jaar is. Zijn moeder blijft achter met de zorg voor hem, zijn broertje en zusje. Mede door zijn ADHD en hoogbegaafdheid is het een uitdaging om Jarno op te voeden. Gelukkig heeft hij grootouders waar hij altijd op kan terugvallen.

Jarno heeft zich altijd anders gevoeld dan leeftijdsgenootjes, iets dat vaak voorkomt bij kinderen met ADHD. De afwezigheid van zijn vader tijdens de eerste cruciale jaren van zijn kinderleven, vormen hem des te meer. Later wordt hij ‘die homo’ genoemd in het kleine dorpje waar hij woont. Het ‘anders zijn’ wordt daardoor nog meer benadrukt.

De vader van Jarno blijft tien jaar lang uit beeld. Als Jarno twaalf is neemt zijn vader contact op met zijn moeder en de oude liefde bloeit weer op. Zijn vader komt naar huis en het gezin is weer compleet. Vanaf nu kan het alleen maar beter gaan. Toch?

De ‘conservatieve’ opvoedstijl van Jarno’s vader creëert spanningen. Er zijn ruzies. Er valt wel eens een klap.
Jarno’s moeder blijkt ziek te zijn. Ernstig ziek. Ze vecht drie jaar lang tegen kanker. De hel van chemotherapie drukt op het hele gezin. De onrust die in Jarno woekert krijgt gevolgen op school. Zijn resultaten verslechteren, net als zijn gedrag. Hij moet van school en komt terecht in het speciaal onderwijs.
En zijn vader. Die vertrekt weer..

Eindelijk rust

Jarno is 14 jaar als hij in aanraking komt met drugs. De eerste keer dat hij XTC gebruikt, ervaart hij voor het eerst sinds lange tijd, stilte in zijn hoofd. Het is een baken van rust in de chaos van zijn leven. Alle zorgen glijden van hem af.

Op zoek naar de rust van die eerste high, escaleert zijn drugsgebruik. Het schuldgevoel druipt van het gezicht van Jarno als hij vertelt dat hij in die tijd regelmatig heeft gelogen, bedrogen en gestolen om aan geld te komen voor drugs. Alles om zich even niet slecht te voelen.

Gevangen in de zorg

Jarno is zestien als hij via een spoedprocedure in de gesloten jeugdzorg terecht komt. Het doel is van de drugs af komen en zijn leven op orde krijgen.
De groep waar hij in terecht komt bestaat uit acht jongeren. Het team medewerkers is vrij groot, waardoor hij steeds met verschillende mensen te maken heeft. De jongeren worden in het gareel gehouden met repressie en dwang. Jarno verheft zijn stem en zwaait met zijn vinger om de sfeer te omschrijven: ‘Jij luistert niet, dus krijg jij straf!’
Er wordt geen arm om hem heen geslagen als hij verdriet heeft. Er is geen ruimte voor boosheid. Het voelt alsof hij er niet mag zijn.

Tijdens zijn eerste ontbijt in de instelling smeert Jarno zijn brood en eet dat op. De regel is echter dat de boterham met mes en vork moet worden gegeten. ‘Daar werd ik dus voor opgesloten’, vertelt Jarno.
Elke ochtend staat Jarno in de startblokken om zich te gaan douchen. Hij heeft zeven minuten om van zijn kamer in de doucheruimte te komen, zich om te kleden, te wassen, af te drogen en zich terug naar zijn kamer te haasten.

De school is intern. Het opleidingsniveau beperkt zich tot het VMBO. Geen havo, geen vwo.
Dat vind Jarno nog steeds lastig te verkroppen. Hij heeft niet de mogelijkheid gehad om de havo af te ronden waardoor het nu lastig is om een opleiding te vinden die bij hem past. De financiële last om zijn havo diploma alsnog te behalen, kan hij op dit moment niet dragen.

Zorg

De kamer van Jarno is boven de ‘separeer’, een isoleercel waar kinderen in worden opgesloten als ze een gevaar zijn voor zichzelf of de groep.
Een van zijn groepsgenoten komt hier bijna dagelijks in terecht. Een twaalfjarige jongen met autisme, opgegroeid in een onveilige thuissituatie. Hij heeft problemen met het reguleren van zijn emoties. Het gebonk vanuit die cel en de noodkreten die deze jongen krijst, vergezellen Jarno gedurende vele nachten.
‘Volgens mij had hij soms wat aandacht nodig. Als ik hem een uurtje hielp met zijn huiswerk was het vaak goed,’ legt Jarno uit.

Jarno wordt tegenwoordig begeleid door iemand van de verslavingszorg. De zorg die hier wordt geboden sluit beter aan op zijn behoeften. Ze bieden ook een intensief traject. Een traject dat hij nodig had toen hij zestien was.
‘Ik zat daar vanwege een drugsverslaving en de problemen die daaruit voortkwamen.’ Jarno klinkt een beetje weemoedig. De jeugdzorg instelling waar hij verbleef bood één uur beeldende therapie per week en een aantal sessies familietherapie. Hij vraagt zich af: ‘Moest ik daar anderhalf jaar voor worden opgesloten?’

Rapporteren moet je leren

Jarno denkt dat er geen sprake is van onwil bij de medewerkers van de instelling waar hij woonde. En heeft zelfs goede herinneringen aan een aantal van hen, waaronder zijn behandelaar. Hij wijst op de administratieve last die bij de medewerkers ligt.  ‘Jarno heeft drie boterhammen met kaas gegeten. Nou, dat kan echt niet. Hij moet er ook een met pindakaas eten’, Jarno doelt op de overdreven manier waarop gerapporteerd moet worden.
Er is geen tijd voor wat extra aandacht. En juist dat hebben deze kwetsbare jongeren nodig.

Het delen van zijn ervaringen geeft Jarno kracht. Hij hoopt dat er iets met zijn verhaal wordt gedaan.
Dat niet alleen naar de problemen van deze kinderen wordt gekeken, maar ook naar het kind dat achter die problemen schuilt. Een kind zou niet moeten worden opgesloten omdat er geen alternatief is.
De hulp die beschikbaar is sluit vaak niet aan op wat de jongere nodig heeft. Jarno had verslavingszorg nodig, dat kreeg hij niet.

Geïnspireerd

Jarno heeft ondanks alles een goede band met zijn familie behouden. Hij heeft inmiddels af en toe contact met zijn vader. ‘Ik herken heel veel van mezelf in hem. Ik geloof niet dat hij zijn keuzes vanuit een slecht hart heeft gemaakt’, Er klinkt begrip in de stem van Jarno.

De twaalfjarige groepsgenoot die regelmatig in de isoleer werd opgesloten, is een inspiratie voor Jarno: ‘Hij heeft mij laten zien dat ik uit een goed nest kom. Wat ik ook deed; mijn moeder en grootouders hebben altijd hun best gedaan voor mij. Ik heb mogen ervaren hoe het is om liefde te ontvangen.’

Op www.hetvergetenkind.nl zijn meer ervaringen te lezen van kinderen die een deel van hun jonge leven hebben doorgebracht in de gesloten jeugdzorg.
Bekijk ook de hartenkreet van Mohini: Hartenkreet – YouTube

 

*Bron: CBS

Cookieinstellingen