ROERMOND - Wie graag naar de sportschool gaat, kan in Roermond op 62 plekken terecht. Daarmee is het aantal fitnessgelegenheden sinds 2017 verdubbeld, blijkt uit cijfers van de Kamer van Koophandel, gepubliceerd door het AD. Het aantal inwoners dat voldoende beweegt is in tien jaar juist gedaald. Voldoende bewegen betekent dat je minstens tweeënhalf uur per week 'matig intensief' bezig bent. In 2024, bij de meest recente editie van de tweejaarlijkse gezondheidsenquête van CBS, RIVM en de GGD'en, haalde 46 procent van alle volwassenen in Roermond die norm.
Fitness
Daarbij telt alles: sport, maar bijvoorbeeld ook de fietstocht naar de supermarkt of naar werk of een lange wandeling met de hond. Tien jaar geleden bewoog 50 procent van de volwassenen in deze gemeente nog genoeg. Het aantal fitnessliefhebbers in Roermond is dan wel weer gestegen: tien jaar geleden was 20 procent van de volwassenen in deze gemeente minstens wekelijks in de sportschool te vinden, of thuis met fitnessspullen in de weer. Tegenwoordig is dat 26 procent. Daarmee is fitness in Roermond relatief populair: in qua gezondheid vergelijkbare gemeenten doet 24 procent eraan.
Sportscholen
Fitnessen is de laatste jaren in heel Nederland toch al populairder geworden: alleen het aantal hardlopers is sinds de eeuwwisseling nog harder gegroeid. Die populariteit heeft drie redenen, zegt Linda Ooms van het in sportonderzoek gespecialiseerde Mulier Instituut. 'Je kunt er op allerlei manieren aan je conditie, kracht en gezondheid werken, er is persoonlijke begeleiding, en het is flexibel.' De sector groeit mee. In totaal telt de Kamer van Koophandel nu net geen 14.000 sportscholen, ruim twee keer zo veel als in 2017.
Oorzaken
Dat alle Nederlanders opgeteld, net als de inwoners van Roermond dus, minder zijn gaan bewegen, ondanks die fitnesshype, kan een paar oorzaken hebben, zegt sportonderzoeker Ooms. Om te beginnen is de beweegnorm een strenge: met een uurtje fitnessen kom je er niet. Tegelijkertijd zijn er heel fanatieke sporters, bij wie je dat uurtje fitness ook niet ziet. 'Sommige doen het in plaats van zwemmen of voetballen, sommige doen het erbovenop. Als die mensen hiervoor ook al genoeg beweging kregen, gaat het percentage dat de norm haalt ook niet omhoog.'