Elke zaterdag transformeert het stadscentrum in een bonte verzameling van marktkramen, geuren en – laten we eerlijk zijn – geluiden.
Voor de één is het het hoogtepunt van de week: gezellig struinen, vers fruit inslaan, wat slenteren van het ene naar het andere koopje. Maar voor de omwonenden? Tja, die kunnen de dag niet beginnen zonder de oorverdovende symfonie van de markt.
Vooral één ster schittert daar week na week op het podium: de Bananenboxer.
Je kunt er de klok op gelijk zetten. Vroeg in de ochtend, nog voordat je je eerste kop koffie op hebt, klinkt de welbekende kreet: "En nog een!" De man kan inpakken als de beste, en hij laat het graag horen ook.
Het is een mantra geworden die door de straat echoot als een soort zen-meditatie... als je tenminste van bananen houdt.
Voor omwonenden heeft het echter meer weg van een wekker die je niet kunt snoozen. Of je nu wilt of niet, je wordt wakker met bananen in je hoofd.
Maar laten we even eerlijk zijn: wie in de stad woont, weet dat stilte een zeldzaam goed is.
Je kunt net zo goed vragen of de duiven willen stoppen met koeren of de slagbomen van de trein met tingelen.
Stadsgeluiden zijn onderdeel van het pakket. Het is een beetje zoals wonen naast een voetbalstadion en dan klagen over het gejuich – je wist waar je aan begon.
De gemeente ontving echter zoveel klachten van mensen die hun zaterdagochtend liever niet beginnen met een concert van kreten over fruit, dat de Bananenboxer nu alleen nog stil zijn fruit de tas in jongleert.
Het vraagt ook om een flinke dosis tolerantie. Verdraagzaamheid is de stille superkracht van de stedeling. Je leert leven met het laden en lossen , luidruchtige buren, en ja, dan toch ook zelfs met de Bananenboxer die onuitputtelijk door blijft roepen: “En nog een!”
Misschien moeten we het gewoon omarmen. De Bananenboxer verdient eigenlijk een standbeeld. Het is een begrip in de stad.
En waar anders vind je iemand die zo gepassioneerd is over fruit? Zouden we ons niet allemaal een beetje meer zoals hem moeten gedragen – vol overgave, energiek, en altijd klaar om er 'nog een' te geven, wat het ook is?
Misschien kunnen de omwonenden zijn enthousiasme gebruiken om hun eigen ochtendritueel wat op te vrolijken. Zet een beat onder zijn geroep en je hebt een prima work-out soundtrack.
Dus, wellicht kunnen we een klacht indienen over het ontbreken van de mantra van de bananenboxer. Wie weet, met dit ander inzicht herwaarderen omwonenden die bekende kreet van de markt: “En nog een!”, en kunnen we het zien als het geluid van een levendige, bruisende stad. Het alternatief?
Wonen in een dorp waar de grootste opwinding het geluid van een enkele fietsbel is. Geef mij die bananenboxer maar. En nog een!
Dit was de kosmos van deze week. Volgende week ik doe er nog één- en daarna nog één en dan nog één.. en één… en één.
Tot weer, tot kosmos.
D.D.