ROERMOND - In The Man Who Fell To Earth speelt 'starman' David Bowie de buitenaardse rol waarvoor hij was geboren.
Op zoek naar water voor een uitdrogende planeet lijdt een alien schipbreuk op aarde. Om zijn terugkeer te bekostigen zet deze met zijn geavanceerde kennis een technologisch zakenimperium op.
Revolutionair
Bedrog en verleiding liggen op de loer. Om dit gegeven bouwde regisseur Nicolas Roeg een complexe stapeling van allegorieën voor vertrouwen, eenzaamheid, lust en hoop. Roeg stond vóór The Man Who Fell to Earth al bekend om zijn eigenzinnige, visueel en inhoudelijk uitgesproken films (Performance, 1971) (Don’t Look Now, 1973). Zijn stijl werd gekenmerkt door durf: onconventioneel camerawerk, revolutionaire montage, en het mengen van 'banale' realiteit met metafysische of poëtische beelden — iets wat The Man Who Fell to Earth ook kenmerkt.
Ongrijpbaar
Die eigenzinnigheid leidde ertoe dat Roeg vaak botste met filmstudio’s en censuur, zeker als het ging om expliciete scènes of verhoudingen tussen kunst en commercie. In de VS werd twintig minuten uit de film geknipt, uiteraard zie je bij de vertoning van deze klassieker in de ECI de director’s cut. David Bowie werd gecast vanwege zijn bijzondere uitstraling: zijn afgemeten, ietwat ongrijpbare energie. Volgens Roeg paste die uitstraling uitstekend bij de rol van een buitenaards wezen. Na 50 jaar is de film nog even ongrijpbaar, mysterieus, filosofisch, adembenemend en veelzeggend.
The Man Who Fell To Earth wordt vertoond op 7 en 12 april. Tickets kosten 11 euro en zijn
hier verkrijgbaar.