
ROERMOND - Één op de honderd achtstegroepers in Roermond had vorig schooljaar nog moeite met lezen. Dat aantal ligt daarmee nu op het laagste niveau in vijf jaar tijd. Dat blijkt uit cijfers van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), gepubliceerd door het AD.
Deze kinderen lezen nog niet op het niveau dat zoveel mogelijk kinderen moeten beheersen aan het eind van de basisschool. Zij hebben nog moeite met het lezen van eenvoudige routebeschrijvingen en herkennen bijvoorbeeld geen emoties in teksten. Ook is de woordenschat van deze groep vaak beperkter. Vergeleken met de gemeenten die qua schoolprestaties het meest op Roermond lijken, ligt het aantal basisscholieren dat moeite heeft met lezen hier lager.
Voorlezen
De cijfers komen aan het eind van de Nationale Voorleesdagen, morgen. Het blijkt dat jonge kinderen die door hun ouders worden voorgelezen een voorsprong hebben in hun taal- en leesontwikkeling op hun eerste schooldag, in vergelijking met leeftijdsgenootjes die niet zijn voorgelezen. Dat is voordelig als ze voor het eerst leren lezen en schrijven, zo blijkt uit de Leesmonitor van Stichting Lezen, waarin verschillend onderzoek over voorlezen op een rijtje wordt gezet.
Basisvaardigheden
Kinderen komen door voorlezen in aanraking met een groter aantal unieke woorden dan zij zouden horen als hun ouders alleen maar met ze zouden praten. Hierdoor hebben kinderen aan wie is voorgelezen op 7- tot 10-jarige leeftijd een grotere woordenschat en lezen ze zelf meer. Niet iedereen haalt de lees- of taalachterstand die ze hebben opgelopen op de basisschool zomaar in. Een deel van de Nederlanders worstelt ook na de schoolcarrière met lezen en schrijven. In Roermond wonen 8600 zestienplussers die Nederlands als moedertaal hebben en de taal probleemloos spreken, maar die moeite hebben met de basisvaardigheden. Daarnaast wonen er ook 7400 zestienplussers voor wie Nederlands niet de eerste taal is in de gemeente. Deze groep heeft naast het lezen en schrijven ook moeite met het spreken en verstaan van Nederlands.




