ROERMOND - Eén op de zeven jongeren in Roermond heeft afgelopen jaar te maken gehad met jeugdzorg. In totaal zijn dat 1955 jongeren tot 23 jaar: voor het tweede jaar op rij meer dan het jaar ervoor, en de meeste sinds 2020, blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
In vergelijkbare gemeenten heeft één op de acht kinderen jeugdzorg. Vooral het aantal jongens in Roermond met jeugdzorg is gestegen: van 995 in 2024 naar 1055 afgelopen jaar.
Crisissituatie
Jeugdzorg bestaat in allerlei soorten en maten. De meest voorkomende vorm is jeugdhulp, bedoeld voor ouders en kinderen bij bijvoorbeeld psychische problemen of problemen in de opvoeding. In totaal 1925 jongeren in Roermond hadden daar vorig jaar mee te maken, meer dan in 2024. In 65 gevallen kwam die jeugdhulp vorig jaar op gang na een crisissituatie. Omdat de cijfers zijn afgerond, en omdat sommige kinderen meer vormen van jeugdzorg krijgen, verschilt het totaal van de optelsom van de verschillende vormen.
Bescherming
Naast jeugdhulp is er de jeugdbescherming, die een rechter kan opleggen als de veiligheid en de ontwikkeling van een kind in het gedrang komen. Dat gebeurde in Roermond vorig jaar 125 keer, minder vaak dan in 2024. Voor 45 jongeren in deze gemeente kwam de jeugdreclassering in actie, omdat ze met de politie in aanraking waren gekomen en/of vanwege chronisch spijbelen.
Landelijk
Dat het aantal kinderen in de jeugdzorg in Roermond afgelopen jaar niet is gedaald, gaat tegen de landelijke trend in. Voor het eerst in jaren waren er in Nederland vorig jaar minder kinderen met jeugdzorg in plaats van meer. Dat is 'hoopgevend', zegt Agnes Derksen van het Nederlands Jeugdinstituut: 'Minder jeugdhulpgebruik en minder jeugdbescherming is wat we willen.'
Het aantal kinderen in heel Nederland met jeugdbescherming, van wie de veiligheid dus in het geding is, daalt al een paar jaar, net als het aantal kinderen dat vanwege psychische of sociale problemen in een pleeggezin, gezinshuis of gesloten instelling woont. Daar komt nu ook de 'jeugdhulp zonder verblijf' bij: de lichtste én grootste vorm van jeugdzorg, waarbij kinderen thuis blijven wonen.
Sturing
'Dat wil niet per se zeggen dat de behoefte daalt, maar wel dat de gemeente steviger stuurt op wie er jeugdzorg nodig heeft en wie niet', zegt Karin Nijhof, bijzonder hoogleraar transformatie in de specialistische jeugdhulp aan de Radboud Universiteit. Hard nodig, 'want de groei van de jeugdzorg was niet meer vol te houden'. Tegelijkertijd is het ook voor de hoogleraar, net als voor het Jeugdinstituut, gissen of de landelijke daling van afgelopen jaar het begin is van een nieuwe trend, of tijdelijk.
Drama'sDe daling van het aantal 'lichte' gevallen in de jeugdzorg zou meer ruimte moeten bieden om de zwaardere gevallen te herkennen. 'Je moet aan de voorkant de juiste signalen zien, die met elkaar in verband kunnen brengen', zegt Nijhof. 'Instanties die die signalen oppakken moeten meer samenwerken.' De afgelopen weken en maanden bleek bij de drama's in Vlaardingen en Stadskanaal nog dat dat niet altijd lukt. Zulke zware gevallen
blijven buiten beeld omdat er zo veel kinderen zijn met lichtere vormen van jeugdzorg, aldus het Jeugdinstituut onlangs nog. De tijd en aandacht voor die groep gaan in zulke gevallen ten koste van mishandelde en verwaarloosde kinderen. Gemeenteambtenaren die druk zijn met het sussen van vechtscheidingen, zien andere probleemgezinnen over het hoofd.
Bezuinigingen
Ondertussen maken gemeenten zich zorgen over hoeveel geld ze uit Den Haag krijgen voor de jeugdzorg: vorig jaar dreigde daar zelfs even een rechtszaak over. Nog altijd dreigen bezuinigingen van '35 tot 40 procent' op de jeugdzorg, aldus een woordvoerder van gemeentekoepel VNG: 'Dat is niet haalbaar.' Na de zomer moet verantwoordelijk minister Sterk met nieuwe regels komen voor wie er recht heeft op jeugdzorg, en hoeveel geld gemeenten daarvoor krijgen.