
De discussie over lokale en regionale omroepen wordt steeds vaker versimpeld tot een karikatuur: ‘te veel eilandjes, te weinig professionaliteit, te weinig samenhang.’ Dat klinkt daadkrachtig, maar het is vooral een ontwijking van de echte vraag: wat krijgt de kijker, en wat kost dat werkelijk?
'Het probleem van lokale omroepen is niet versnippering, maar structurele onderschatting. De recente artikelen over lokale omroepen schetsen een beeld van ‘eilandjes’ en versnippering. Dat frame klinkt aantrekkelijk eenvoudig, maar verhult waar het werkelijk om draait: structurele onderfinanciering, een eenzijdige focus op bestuurlijke modellen en een hardnekkig gebrek aan inhoudelijke toetsing.
Na dertig jaar ervaring binnen lokale omroepen, vanuit de werkvloer, durf ik het scherp te stellen: het systeem faalt, niet de lokale journalistiek. De rekensom die niemand hardop maakt: in Midden-Limburg zou een streekomroep op basis van circa €1,68 per huishouden uitkomen op ongeveer €270.000 per jaar. Dat bedrag moet een gebied bedienen met meer dan zestig dorpen, kernen en steden.
Wie denkt dat je met dat budget een professionele, crossmediale omroep kunt draaien – met journalistiek, tv, radio, online, techniek, innovatie en continuïteit – verwart ambitie met realiteit. Een minimale, professionele streekorganisatie vraagt meerdere redacteuren, technische ondersteuning, cameramensen, volwaardige tv- en radiostudio’s, distributie via alle relevante kanalen en ruimte voor opleiding, scholing en vervanging van techniek. Dat kost geen €270.000, maar eerder €550.000 tot €800.000 per jaar. Wie de omroep ook toekomstbestendig wil maken, komt realistisch uit op ongeveer €5 per huishouden per jaar.
Opvallend is hoe weinig aandacht er in het debat is voor de inhoud zelf. Er wordt gesproken over schaal, fusies en modellen, maar nauwelijks over wat lokale omroepen daadwerkelijk uitzenden, welk bereik zij hebben en wat kijkers waarderen. Hoe kan een sector objectief worden beoordeeld als er zelden naar programma’s wordt gekeken en de stem van de kijker ontbreekt?Programmamakende vrijwilligers en lokale makers worden te vaak gereduceerd tot ‘amateurs’. Dat doet geen recht aan de werkelijkheid. Het probleem is niet hun kwaliteit, maar het ontbreken van structurele ondersteuning.
In de praktijk zie ik een terugkerend patroon: besturen die vooral denken in toezicht en controle, maar zelden vanuit de vraag wat de kijker nodig heeft. Dat leidt niet tot betere journalistiek, maar tot bestuurlijke kramp. Samenwerking is zinvol, maar alleen als die inhoudelijk wordt georganiseerd. Een logisch alternatief is één stevige regionale infrastructuur met sterke lokale redacties, gedeelde techniek en redactionele autonomie. Niet streven naar ‘NOS-achtig’ denken, maar lokaal blijven denken en doen.
Tijd om de discussie te herijken. De toekomst van lokale media vraagt om minder framing en meer eerlijkheid. Minder modellen, meer realistische financiering. Minder controle, meer vertrouwen in makers. En bovenal: denken vanuit de kijker.'
Robert Hompe
Dit opiniestuk is geschreven naar aanleiding van het recente hoofdartikel in De Limburger over de toekomst van lokale en regionale omroepen in Limburg.