De Tweede Kamer behandelt binnenkort de
wijziging van de Mediawet. Die wet moet de lokale publieke omroep versterken.
Lokale omroepen worden niet langer via gemeenten, maar via het Rijk bekostigd.
Ook wordt toegewerkt naar grotere verzorgingsgebieden en streekomroepen.
Op papier klinkt dat als versterking. Toch
roept de wet belangrijke vragen op. Niet alleen landelijk, maar ook lokaal in
Roermond.
Want terwijl in Den Haag wordt gesproken
over schaalvergroting, streekomroepen en nieuwe aanwijzingsprocedures, loopt er
in Roermond inmiddels een beroepsprocedure bij de bestuursrechter over de
aanwijzing van de publieke lokale omroep. Een zittingsdatum is nog niet bekend.
Die lokale procedure maakt de landelijke
discussie extra concreet.
In Roermond heeft de gemeenteraad op 17
oktober 2024 de nadere toetsingscriteria vastgesteld voor het voorkeursadvies
rond de publieke lokale omroep. De raad besloot bovendien het Commissariaat
voor de Media te informeren over deze vastgestelde toetsingscriteria.
Onderdeel van die vastgestelde criteria was
een beoordelingsmatrix. In die matrix kreeg het criterium ‘Streekomroepen’ een
wegingsfactor 2. Dat criterium beoordeelt op welke wijze een aanvrager wil
komen tot samenwerking in de regio of tot een streekomroep.
Daarmee werd regionale samenwerking of de
ontwikkeling richting streekomroep nadrukkelijk zwaarder meegewogen. Dat roept
vragen op over gelijke kansen voor nieuwe of zelfstandige lokale initiatieven.
Wanneer bestaande samenwerkingsverbanden of
bestaande omroepstructuren op zo’n criterium feitelijk voordeel hebben, kunnen
nieuwe of zelfstandige kandidaten met een achterstand beginnen. De vraag is dan
of sprake is van een werkelijk open procedure, waarin alle kandidaten op
gelijke voet worden beoordeeld.
Lokale publieke media zijn te belangrijk om
alleen vanuit bestaande structuren te bekijken. Het gaat om onafhankelijke
journalistiek, lokale herkenbaarheid, bereik onder inwoners, aanwezigheid in
wijken en dorpen, toegankelijkheid voor senioren en minder digitaal vaardige
inwoners, en controle op het lokale bestuur.
Juist dat is ook de kern van de nieuwe
Mediawet. De wet wil lokale journalistiek versterken. Maar versterking mag niet
betekenen dat de afstand tot inwoners groter wordt. Een streekomroep moet geen
bestuurlijke schaalvergroting op papier zijn, maar een organisatie die lokaal
zichtbaar, bereikbaar en herkenbaar blijft.
Voor Roermond en Midden-Limburg is dat geen
theoretische discussie. De regio bestaat uit meerdere gemeenten en tientallen
dorpen, wijken en kernen. Een volwaardige lokale of regionale publieke
mediaorganisatie moet meer doen dan alleen nieuwsberichten maken. Er zijn ook
radio, televisie, video, website, sociale media, techniek, montage, studio,
planning, distributie en organisatie nodig.
Daarvoor zijn structurele middelen nodig.
Tijdelijke journalistieke subsidies kunnen helpen om journalistiek op te
bouwen, maar zij zijn geen volledige exploitatiebasis voor een publieke
mediaorganisatie. Als zulke tijdelijke middelen stoppen en het nieuwe stelsel
onvoldoende structurele financiering biedt, ontstaat juist op het moment van
invoering een risico.
De landelijke behandeling van de Mediawet
moet daarom niet alleen gaan over het aantal omroepen of de bestuurlijke
indeling van streken. De echte vragen zijn: blijft lokale informatie herkenbaar
en dichtbij? Worden dorpen, wijken en kernen voldoende bediend? Krijgen
senioren en minder digitaal vaardige inwoners toegang via vertrouwde kanalen
zoals televisie, radio en een herkenbare website? Is er voldoende geld voor een
volledige multimediale omroeporganisatie? En krijgen nieuwe of zelfstandige
lokale initiatieven eerlijke kansen naast bestaande omroepstructuren?
De beroepsprocedure in Roermond laat zien
dat deze vragen niet abstract zijn. Ze spelen nu al in de praktijk.
Roermond Nieuws volgt daarom zowel de
behandeling van de Mediawet in Den Haag als de lokale juridische procedure rond
de publieke lokale omroep. Niet vanuit een papieren discussie over structuren,
maar vanuit het belang van inwoners.
Sterke lokale media zijn geen luxe. Ze zijn
nodig voor democratische controle, lokale herkenbaarheid en verbinding in de
samenleving.
De nieuwe Mediawet kan alleen slagen als
zij niet alleen groter organiseert, maar ook eerlijker, toegankelijker en
werkelijk lokaler maakt.
Redactionele noot: dit artikel is gebaseerd op de
Kamerstukken over wetsvoorstel 36 917 en op de Roermondse raadsstukken over de
nadere toetsingscriteria voor het voorkeursadvies publieke lokale omroep.